Archief

Mijn jurk…

Toen wij in november 1970 wettelijk gingen trouwen, eigenlijk meer als formaliteit, moest er natuurlijk wel nieuwe kleding worden gekocht…

Nico kocht een paars kostuum, natuurlijk met wijde pijpen en zeer strak gesneden.

Ik kocht een lange jurk met een zigzagmotief in allerlei kleuren. Het was een breedte-streep die ik toen goed kon hebben, maar nu al zeker 30 jaar niet meer zal kopen.

In april, toen we nog op Gran Canaria waren, keken we samen naar een aflevering van Life4You met Carlo en Irene…

We keken elkaar aan en we herinnerden ons de jurk van ons wettelijk huwelijk want… Irene had een jurk aan die er wel heel erg op leek… Ik heb meteen een foto gemaakt, gewoon van de televisie. Ik dacht daar kan ik iets mee doen, maar omdat het niet meteen kon heb ik er daarna niet meer aan gedacht.

Vanmiddag kwam ik de foto van Irene op mijn computer tegen, dus snel de oude foto van ons erbij gezocht en zeg nou zelf… hij lijkt toch wel echt heel erg op mijn ‘trouwjurk’ of niet soms? Zo zie je maar dat alles wat 30 – 40 – 50 jaar geleden in de mode was gewoon echt weer terugkomt!

Voor mijn moedertje…

Vandaag geen “zingen op zondag limerick” maar wel een liedje…

Ze is al bijna 6 jaar niet meer onder ons. Toen ze overleed hadden we er allemaal vrede mee… ze kon niet meer.

Maar ik mis haar nog steeds en kan het er soms best moeilijk mee hebben dat ze er niet meer is…

Op 23 mei zou ze 85 jaar zijn geworden… helaas, ze heeft het niet mogen halen.

Voor mijn moedertje op deze moederdag…alsof ze er echt nog is…

Een wijze les van jongeren…

Bij het verlaten van een supermarkt stelt de jonge caissière aan een oudere vrouw voor dat zij voortaan haar eigen boodschappentas maar mee moet nemen in plaats van een plastic tas te kopen. “Want plastic tassen zijn niet goed voor het milieu”, zo zegt ze.

De vrouw verontschuldigt zich en legt uit:”Wij hadden dat groene gedoe niet toen ik jong was!”

De caissière antwoordde:”Ja, en dat is nou juist ons probleem vandaag de dag, jullie generatie maakte zich niet druk om het sparen van het milieu voor de toekomstige generaties!”

Ze had gelijk, onze generatie had dat groene gedoe niet in onze dagen. Toen hadden we melk in flessen, frisdrank in flessen en bier in flessen, die we leeg en omgespoeld terug brachten naar de winkel. De winkel stuurde deze dan terug naar de fabriek en in de fabriek werden deze flessen gesteriliseerd en opnieuw gevuld. Wij deden écht aan recycling. Maar we deden niet aan dat groene gedoe in die tijd!

Wij liepen trappen, omdat we niet over roltrappen en liften beschikten in elk gebouw. Wij liepen naar de supermarkt en hesen onszelf niet iedere keer in een 300 PK machine als we 2 blokken verder moesten zijn. Maar ze had gelijk, wij hadden dat groene gedoe niet in onze tijd!

Babyluiers gingen in de kookwas, omdat wegwerpluiers niet bestonden. We droogden onze kleren aan de lijn en niet in een energieverslindende machine die continue 220 volt verbruikt. Wind- en zonne-energie droogden onze kleren echt. Vroeger, in onze dagen.

Kinderen droegen de afdankertjes van oudere broers en zussen en kregen geen gloednieuwe kleren. Maar de jonge dame heeft gelijk! Wij hadden dat groene gedoe niet in onze tijd.

In die tijd hadden we – misschien – 1 tv of radio in huis en niet 1 op elke kamer. De tv had een klein schermpje, ter grootte van een zakdoek en niet een scherm ter grootte van de bijenkorf.

In de keuken werden gerechten gemengd en geroerd met de hand, omdat we geen elektrische apparaten hadden die alles voor ons deden.

Wanneer we een breekbaar object moesten versturen per post, dan verpakten we dat in een oude krant ter bescherming en niet in piepschuim of plastic bubbeltjes folie.

In die tijd gebruikten we geen apparaat met een motor die op benzine het gazon maaide. We gebruikten een maaier die geduwd moest worden en functioneerde op menselijke kracht.

Wij sportten door te werken, zodat we niet naar een fitnessclub hoefden te gaan om op ronddraaiende loopbanden te gaan rennen, die werken op elektriciteit. Maar ze heeft gelijk. Wij hadden dat groene gedoe toen niet.

Wij dronken uit een fontein wanneer we dorst hadden, in plaats van uit een plastic fles die we na 30 slokken weggooien. Wij vulden zelf onze pennen met inkt, in plaats van elke keer een nieuwe pen te kopen. Wij vervingen de mesjes van het scheermes, in plaats van het hele ding weg te gooien alleen omdat het mesje bot is. Maar wij hadden dat groene gedoe niet in onze tijd.

Mensen namen de trein of een bus en kinderen liepen of fietsten naar school in plaats van hun moeder als 24-uurs taxi servicedienst te gebruiken. Wij hadden 1 stopcontact per kamer en niet een heel arsenaal aan stekkerdozen en verlengsnoeren om een dozijn apparaten van stroom te voorzien.

En wij hadden geen geautomatiseerde gadgets nodig om een signaal op te vangen van een satelliet die God weer hoeveel kilometers verderop in de ruimte hing, zodat we contact konden leggen met anderen en uit te vinden waar de dichtstbijzijnde pizzatent zich bevindt.

Maar is het niet in- en intriest dat de huidige generatie klaagt over hoe verspillend wij ‘oudere mensen’ waren, gewoon omdat wij dat groene gedoe niet hadden in die tijd?

Met dank aan Willy Lisse!!!

Kapster worden…

Geschreven voor PLATO’S WE-300: VORMEN

Al vanaf ze een klein meisje was wist ze het, ze wilde kapster worden.

Het haar van andere mensen knippen en mooi opmaken was haar lust en haar leven. Al vanaf haar 14e jaar knipte ze elke maand het haar van haar moeder. Ook zette ze elke zaterdagmiddag de watergolf rollers in. Na een uurtje uitrusten onder de droogkap, (“wilt u iets lezen mevrouw?” vroeg ze dan) werd het haar in model gebracht. Iets creëren met haar eigen handen, ze genoot ervan. Haar moeder was altijd zo blij, ze zag er mooi en keurig uit en ze spaarde veel geld uit want naar de kapper hoefde ze niet meer.

Eind zestiger jaren hadden de jongens langer haar, maar dan het liefst heel piekerig. Geen kapper die precies deed wat ze wilden maar zij luisterde naar hun wensen en knipte en plukte dat het een lieve lust was. Piekeriger kon het niet en de jongens, allemaal vrienden van vrienden, gingen altijd helemaal opgetogen de deur weer uit.

Op haar eigen trouwdag ging haar moeder, hoewel toch de moeder van de bruid, zelfs niet eens naar de kapper, maar deed zij het haar, ondanks de speciale dag

Maar haar vader had het er niet zo op. “Meid” zei hij vaak “het is zwaar werk hoor, je zult de hele dag op je benen moeten staan en je verdient ook nog eens bijna niks”. Maar wat kon haar dat schelen, het kappersvak was toch haar lust en haar leven? Ze zou een echt vak hebben, haren bleven altijd groeien, dus werk zou er altijd zijn.

Helaas, het kwam er dus nooit van… Haar proefkonijn-klantjes bleven haar familieleden en soms buren of vriendinnen.

Toch jammer dat een mens door invloed van anderen soms dingen gaat doen die niets met zijn/haar passie te maken hebben…

Onze auto’s…

Zoals iedereen die zijn rijbewijs heeft gehaald, wilden ook wij jaren geleden een autootje!

We kochten een 6 of 7 jaar oude, witte Fiat 600 in 1968, enigszins opgeknapt door onze zwager Jan want er mankeerde van alles aan. Fiat stond er toen om bekend dat hij al roestte in de folder, maar het ding kostte maar een paar honderd gulden en we hadden een auto!
Maar… erg ver konden we er niet mee rijden want dan begon de motor nogal eens te koken. We reden dan naar de stad en parkeerden de auto ergens om hem weer af te laten koelen en gingen een straatje om.
Als we naar het strand in Zandvoort wilden parkeerden we de auto in Halfweg en gingen we verder met de trein. Erg lang hebben we hem niet gehad. Hij kostte ons handen vol geld en we wilden sparen om te kunnen trouwen en ons huisje in te kunnen richten.

Ons volgende autootje kochten we in oktober 1970. Het was een beige NSU Prinz 4. Een klein autootje, maar pas 5 maanden oud, dus we konden een hele tijd vooruit. Apetrots waren we. We hebben er met plezier in gereden maar vonden hem toch wel een beetje erg klein dus onze eerste nieuwe auto was een beetje groter en die kochten we in juni 1972. Een oranje NSU 1000 met donkerblauwe bekleding, geweldig!

Daarna volgden er nog velen… Een Ford Taunus (niet nieuw), een groene en een gele Lelijke Eend, 1 groene en een gouden Mazda, een Opel Ascona, een Suzuki minibusje (omdat we meer ruimte nodig hadden voor onze hondjes). Nico reed toen al in een bedrijfsbus dus toen kwam de Fiat weer terug in beeld als autootje voor mij. Panda’s (bordeauxrood, zwart, donkerblauw), tussendoor een Daihatsu Cuore, die bleek veel te klein, Punto’s, een Idea en sinds bijna 4 jaar ons oranje gevaar, weer een Pandaatje met alles erop en eraan.
Op Gran Canaria hebben we 7 jaar geleden een Citroen Berlingo gekocht, lekker veel ruimte, een diesel, waarvoor we maar € 68,- wegenbelasting betalen per jaar…

We reden graag nieuw omdat we een auto echt als vervoermiddel zien, die het dus gewoon moet doen en ons zonder morren van A naar B moet kunnen brengen.

Ik heb zelf in de tijd dat Nico de auto voor zijn werk nodig had een Citroen Diane en een Opel Kadett gehad, oude karretjes maar ik kon er goed mee omgaan, dus heel veel plezier van gehad toen de kinderen klein waren.

Onze eerste auto’s hadden het goed. Ze werden elke week gewassen en gestofzuigd, maar daarna werd dat minder. Ze werden zo af en toe met het handje gewassen, af en toe gingen we er even met de stofzuiger doorheen en dat was het wel. Totdat Nico de Ford Capri als cadeau voor zijn 60e verjaardag kreeg. Hij heeft nog nooit zoveel aan een auto gepoetst als aan zijn droomauto.

Hieronder zie je (bijna) alle auto’s die we tot nu toe gehad hebben, als ik het zo bekijk kun je beter geen rijbewijs hebben want bij elkaar hebben we een aardig kapitaaltje uitgegeven aan auto’s…  ;-)

Deze slideshow heeft JavaScript nodig.

Mijn karretje…

Vroeger, bijna in een vorig leven, want o wat is er na die jaren veel gebeurd, had ik een oud autootje… een lichtblauwe Citroën Dyane 6.

Ik weet niet meer van welk jaartal hij was maar hij was toch zeker een jaar of 10 oud toen ik hem kreeg. Voor die tijd was dat al een behoorlijk oude auto… Van de zoon van tante Ina, een vriendin van mijn moeder, hadden we hem overgenomen. Nico had zelf de auto die we hadden nodig om naar zijn werk in Amsterdam te kunnen, dus dit karretje was heel welkom.

Het was rond 1978 – 1979 en we woonden toen in Lelystad en om daar, met 2 kindjes op de fiets, de fietsbruggen te kunnen nemen had je aardig wat kracht nodig en helaas… met mijn 55 kilo toen, had ik wat dat betreft niet zo heel veel in huis…
Dus het was een luxe dat ik de kinderen naar school kon brengen en boodschappen kon doen met mijn eigen autootje!

Met enkele stellen, ook met kleine kinderen, uit de nieuwe wijk werden wij goed bevriend. Ik vond het vervelend in mijn eentje naar school te rijden in de wetenschap dat er anderen met slecht weer wel met de fiets moesten, dus gingen we elke dag met een volgeladen karretje richting school, met moeders en kinderen, zo ongeveer op elkaar gestapeld…

Maar mijn autootje werd steeds ouder dat was dan ook goed merkbaar. Met zware regen lekte het dak, de deuren sloten niet altijd even goed…dus de auto stond soms ‘niet-op-slot’ op me te wachten. Ook waren in de strenge winter van 1979 vaak alle ramen ook aan de binnenkant bevroren.

Maar hij liet mij nooit in de steek! In allerlei weertypes was hij altijd mijn steun en toeverlaat. we hadden buren met splinternieuwe grote auto’s die hun auto met zware vorst niet aan de praat kregen en mijn Dyane startte gewoon in een keer.

In die strenge winter met bevroren straten en sneeuw dat helemaal vastgereden was had ik ook een keer een aanrijding. Gelukkig op weg naar huis, dus zonder kindjes erbij. Ik kwam van rechts en de auto die van links kwam gleed door… Ook ik kon niet meer remmen. Het geld dat we van de verzekering kregen hebben we gewoon uit laten betalen… Die deuk erbij had ik geen last van.

Nico had oog op een Opel Kadett, ook een oud karretje maar wel iets degelijker want het was niet meer verantwoord met mijn oude Dyane te blijven rijden. Ik mocht ook echt Lelystad niet uit…toen nog ‘de dijk’ over naar Amsterdam was veel te riskant. Hij viel van ouderdom bijna uit elkaar, als ik het linker portier dichtgooide vloog het rechter portier weer open… Ruitenwissers werkten niet meer enz. enz. Ik moest hem echt heel voorzichtig behandelen.

Dus we besloten de Kadett te kopen en de Dyane naar de sloop te brengen. Maar dat ging niet meteen gebeuren…

Een vriend van een van onze buren had na jaren eindelijk zijn rijbewijs gehaald en zij wilden mijn autootje wel kopen tegen de prijs die ik bij de sloperij zou krijgen, dat was 50 gld. Ze wilden de auto cadeau doen voor zijn verjaardag, niet om hem ermee te laten rijden, maar gewoon als geintje. En zo kwam mijn Dyane toch in Amsterdam terecht en stond hij op een dag op de gracht waar die jongen woonde omwikkeld met een levensgrote strik!

Hoe ik nou aan dat verhaal kom? Laatst reden we in een klein dorpje en vóór ons reed een lichtblauwe Citroën Dyane…zo enig! Ik werd er een beetje wee van toen ik dat karretje zag en buiten het dorp heb ik snel een paar foto’s gemaakt.

Zo zag hij er dus uit…